Heldin met kromme handen

imagesZe zeggen dat het beter is om je helden nooit te ontmoeten. Het is me gebeurd, via een adressenlijstje van het uitzendbureau.

De winter van 1998 was ik achttien en werkte full time als invaller voor de thuiszorg in Utrecht Overvecht. Elke dag fietste ik langs minstens twee adressen, tegen kerst werden het er veel meer, om flatjes schoon te maken. Een vast rondje: afstoffen, stofzuigen, badkamer, keuken, WC, boodschappen doen. Terwijl ik dit schrijf, zie ik het weer voor me. De langwerpige pillendoosjes, porseleinen beeldjes, de gehaakte, witte kleedjes, de vensterbanken, dekens in plaats van dekbedden, de fotolijstjes. Ik kon precies de juiste vragen stellen om de koffiepauze te rekken en ik was dol op de inkijkjes in andermans leven. Huwelijk, oorlog, jonge jaren als dienstmeid, kinderen ver weg, ruzies, het dagelijks leven op de etage. Ik vond het daarnaast erg zwaar, vooral de realisatie dat er zoveel eenzame bejaarden woonden in die torenhoge flats. Echt eenzaam, niet zelden helemaal klaar met het leven (al bleven ze braaf de tientallen pillen slikken die tussen hen en ‘t eind instonden). En dat ze zo racistisch waren, dat sprong er ook uit. Bij zeker één op de drie keer zat ik mijn jonge tong af te bijten als ze weer eens verzuchtten dat het zo fijn was dat ik gewoon blank was. Daar konden zwarten niks aan doen, maar die woonden in hutjes, dus wat wisten ze van schoonmaken? Ik wist er ook weinig van, wat ik -ondanks mijn perfecte kleur- toch vaak moest horen.

Iedere maandagochtend kreeg ik een nieuw lijstje adressen van het uitzendbureau. Een naam, adres en in één zin de reden dat er hulp nodig was. Negentig procent van de deuren waar ik  aanbelde, werd opengedaan door zeventigplussers. Maar er waren ook jonge mensen. Met ME en MS, één keer een alleenstaande moeder met een gebroken been.

Op een dag stond er een adres buiten mijn gebied op de lijst, in een dorp net buiten Utrecht. Voorbij de flats van Overvecht, langs het spoor en het zwembad waar ik mijn A had gehaald, fietste  ik naar Groenekan. Ik belde aan bij een huis omringd door groen, een wereld van verschil met de grijze flats verderop. Mevrouw Hazelhoff  uit 1947 stond er op mijn lijstje en natuurlijk kwam het even bij me op. Maar dat ze het was, dat zij het écht was, dat had ik niet verwacht. Ik had alles van Veronica Hazelhoff gelezen. Snelle boeken met genoeg diepgang maar geen overdreven dramatiek. Spannend, grappig. Ik weet nu als volwassene de verhaallijnen niet meer, maar ik was pas achttien en Fenna, Nou moe en Ster waren verse herinneringen. In een huis vol boeken en houten boekenkasten, zat mijn heldin met een vriendelijk, vertrouwd gezicht  en kromgetrokken handen op de bank. Ik kende de ziekte, maar reuma had haar nog harder te grazen genomen dan het mijn moeder had gepakt. Tikken ging moeilijk, lopen ook. Schoonmaken ging dus helemaal niet meer.

Ik weet de details niet meer. Niet van het werk in ieder geval. Geen idee of ik haar WC heb geschrobd, de vloeren gestofzuigd, de ramen gelapt. Ik weet wel dat ik star struck was. Dat ik heb gehakkeld. Het moet voor haar heel ongemakkelijk zijn geweest, ze had vast liever een gezellige dame die van wanten wist dan een fan. Haar vaste hulp was twee weken op vakantie, dus ik mocht nog een keer terugkomen. (Ik bedenk me nu dat als ze het echt vreselijk had gevonden, ze het uitzendbureau wel had gebeld. Toch?) Ik weet nog dat ik thuis tussen mijn oude papieren de boekverslagen vond die ik over haar boeken had geschreven en ze na lang twijfelen mee nam naar haar huis. Handgeschreven verslagen nog, in zo’n mapje met een rode strook aan de zijkant.

Kijk mevrouw Hazelhoff.

Zeg maar Veronica hoor.

Kijk Veronica, dit schreef ik toen ik veertien was. Dat ik uw boeken zo mooi vond. Ik wil  ook schrijfster worden.

Het is vast regelmatig beter om geen helden te ontmoeten. Ze kunnen een beetje stinken, bitter zijn geworden, je keihard negeren. Maar voor mij was de ontmoeting met een van mijn jeugdhelden geen desillusie. Ik vond haar aardig, open en bijzonder. Het was wel apart om een schrijfster die je als kind bewonderde, zo menselijk te zien. Ik hield van haar boeken, zíj had pijn en wilde hulp met het schoonhouden van haar huis.

Na een half jaar thuiszorg had ik genoeg geld bij elkaar gepoetst om op reis te gaan door Peru. Ik geloof dat ik nog een kaartje heb gestuurd. Met vast dezelfde boodschap weer; dat ik haar cool vond en zo’n goede schrijfster. Toen ik haar jaren later op Wikipedia opzocht, zag ik dat ze is overleden in juli 2009. Op 62-jarige leeftijd, aan de gevolgen van reuma. En dat is nu precies vijf jaar geleden.

 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Uncategorized

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit /  Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit /  Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit /  Bijwerken )

Verbinden met %s