Categorie archief: Sanne

Jip-en-Janneke-taal

jip_en_jannekeVera sprong op de bank heen en weer en zei: dat gaat leuk.
Eerder, toen ze de aarde van de Albert Hein moestuintjes van haar handen had afgeveegd aan haar broek, verzuchtte ze: ziezo.

Zestig jaar nadat Annie MG Schmidt op een zolderetage in Amsterdam in sneltreinvaart Jip en Jannekes voor het Parool schreef, neemt mijn peuter haar taal over. Dat zegt niet alles, ze quote ook hele passages uit wonderlijk moralistische Kikker en zegt sporadisch fuck sinds ik dat tegen een mailtje riep. Maar dat de taal van Annie MG nog altijd probleemloos wordt overgenomen, vind ik fijn omdat ik zolang ik me kan herinneren, dol ben op bijna alles wat ze schreef.

Het is heus niet alleen perfect. Zelfs Jip en Janneke zijn soms wat gedateerd, met hun kolenhok en een opa die pijp rookt. En je moet hier en daar Jip vervangen door Janneke en moeder door vader om je kind een beetje stabiel seksebeeld mee te geven (“Er wordt gebeld. Janneks vader is zo blij. ‘Dat is de nieuwe stofzuiger,’ zegt hij.”)

Maar het is de hoogste tijd dat we de term Jip-en-Janneke-taal in ere herstellen. Het heeft al zo lang een flauwe, politieke lading die zowel spruitjesgeur, minachting voor het volk als geforceerde joligheid én populisme met elkaar verenigt. Als politici écht Jip-en-Janneke-taal zouden gebruiken, krijg je een heel ander effect dan een beetje halfslachtig proberen niet al te ambtelijk te klinken.

‘En daarom wil het Ministerie van Defensie extra budget aanspreken,’ zei de minister.
‘Het ministerie van Defensie krijgt niks,’ zei de voorzitter. ‘Anders wordt het verdorven!’

‘We verwachten dat de opkomst voor de verkiezingen bijzonder laag wordt dit jaar.’
‘Ja, dat heb je ervan’

‘De VVD wil 10o minuten spreektijd extra en ik heb er maar vijf.’ ‘Nou, dan geef je er vijf.’

‘Kan de staatssecretaris niet zo lelijk doen over dat interview?’

‘Ziezo,’ zei Teeven.

‘Ziezo,’ zei Opstelten. ‘Daaaaaag

Advertenties

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Sanne, Uncategorized

Afleiding, deel 783-II

enorme krokodolEen vriendin van me kwam mijn ex tegen. Ik heb er niet veel, één echte en een eerste vriendje. Die laatste had ze gesproken, best lang en dat was reden voor mij om dat digitaal eens te imiteren. Zat ie op facebook? Zat ie. Degelijk als hij was, stonden er alleen werkplaatjes en hier en daar een felicitatie voor zijn verjaardag. Weinig om mijn nieuwsgierigheid te stillen. Wel kon ik zien met wie hij getrouwd was, al bleek ook zij van de degelijke soort, met voornamelijk linkjes over gedane arbeid. Ik klikte wat rond, haalde herinneringen op in mijn eentje, bedacht namen van andere mensen die ik al jaren niet had gesproken en haalde ze door de FB search.

Intussen was er iets merkwaardigs gebeurd met mijn klok. Het was 20:05 toen ik de computer aandeed, nu was het 21:37. Anderhalf uur van mijn leven kwijt. Terwijl ik van plan was geweest Hele Nuttige Dingen te doen.

Andermans leven staat regelmatig in de weg tussen mij en een daadwerkelijk bereikte flaptekst. Ik trek twee uur uit voor een belangrijk stuk van een hoofdstuk, maar verlies de helft aan het zwarte gat. Vooral plaatjes vind ik leuk. Ik snack graag op de site van de Daily Mail, wat echt een intellectuele wandaad is. Plaatjes van hele dikke mensen in bed. Van veel te kleine baby’s die het toch redden. Verslaafde beroemdheden. Extreem grote krokodillen die mogelijk gesignaleerd zijn in stedelijke gebieden.

Vóór het internet moest je daar de straat voor op. Zoeken naar hele dikke mensen, ex-vriendjes en extreem grote krokdillen. Kopje koffie erbij en dan een beetje staren. Dat koste ook tijd, maar dat zag je aankomen. Je pakte een rugzak, nam je kompas mee en maakte er een uitstapje van. Tegenwoordig gaat het zo ongemerkt.

1 reactie

Opgeslagen onder Sanne

Ik kan lezen en schrijven en ik spreek drie talen

Image

‘Hallo, ik ben Kikker.’

‘Ja, dat zie ik ook wel. Ik ben niet dom. Ik kan lezen en schrijven en ik spreek drie talen.’

Dat is de entree van Rat in de tekenfilmpjes van Kikker en zijn vriendjes. Ik weet dat het een bijzonder kinderachtige emotie is, maar ik heb een vreselijke hekel aan Rat. Het hele Kikker en zijn vriendjes, gebaseerd op mooie prentenboeken, is zo moralistisch als een psalm en zo voorspelbaar als, tja, een kinderfilmpje. Het is niet de voorspelbaarheid die me stoort en het zijn zeker niet de lieve tekeningen, het zijn de levenslessen die zo dik bovenop kikker zijn gesmeerd, dat zijn pootjes er onder bezwijken. En de voornaamste voorvechter van wijsneuzige platitudes, is Rat.

Rat is nieuw in het universum van kikker en zijn vriendjes. Varkentje en Eend zijn het bekrompen maar niet onwelwillende Volk dat vindt dat Rat weg moet, want hij is vies en lui. Waar kom je vandaan, vieze rat? vraagt Varkentje. Waarop Rat zegt: ‘Ik kom van híer en van daar, van óóveral en nergens. Ik heb echt héél véél van de wereld gezien, weet je.’

Ik sla dan elke keer grommend mijn ogen ten hemel, ook al is er niemand anders dan m’n dreumes in de kamer. Het lijkt me onverwerkt zeer. Want geef toe, we kennen allemaal zo`n rat. Een cliché- spuiende wijsneus die altijd wel ergens een paar fans vindt. Toen ik in Genève stage liep, leek ongeveer iedereen zo. ‘Hoi, ik ben Antoin, ik heb in zeven landen gewoond en spreek Chinees en Urdu!’ ‘Ik ben Sofia, ik heb drie masters en mijn moeder is Koffi Annan.’

Ik had een heel mooi voorbeeld van een Rat-vriend toen ik in Brighton studeerde (zie je hoe ik al pocherig twee buitenlandse locaties in dit verhaal heb verweven, Rat!) Hij kwam uit Canada, een land vol mensen met Rat-trekjes (want ze zijn Noord-Amerikaans maar niet de VS, hoe cool is dat. En ze zijn groen en vooruitstrevend en ze hebben elanden en hele goeie scholen.) We wandelden ‘s avonds met een groepje langs het strand. Hij stond stil, zuchtte diep en sprak de historische woorden: ‘Als ik naar de zee kijk, wil ik schrijven. Ik voel dan dat ik een oude ziel heb. Ik denk dat ik naar huis ga, ik heb inspiratie.’

Misschien ben ik gewoon jaloers op de Rat-types, op hun voortvarende zelfvertrouwen. De volgende die zich aan mij voorstelt, zal de volle laag krijgen. ‘Ik ben Sanne. Ik kan lezen en schrijven en spreek drie talen en een beetje. Ik kom van hier en daar, van overal en nergens. Ik wil wereldvrede, ben slim, grappig, ik heb een mooie trui aan en ik kan fietsen zonder handen. Ik heb echt héél véél..’ Maar tegen die tijd zal ik al wel in elkaar geslagen zijn.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Sanne, Uncategorized

Het ergste wat er is

Unemployment Line

Soms, op een saaie, druilerige dag, hoor ik een stelling langskomen die ik letterlijk neem. Ik ben geen taalpurrist, om dat punt te maken heb ik het woord zelfs verkeerd geschreven. Maar ik ben wel een letterlijknemer.  

Vorige week ging het om staatssecretaris, inmiddels ex, Weekers. Zijn belastingdienst was te laat met het uitkeren van toeslagen waardoor mensen in serieuze problemen kwamen. Ik ben de laatste die mensen in de  kou wil laten staan, zei hij. En, ik ben de laatste die mensen wil beschuldigen.

Dus. Stel dat we iedereen in de hele wereld op een rij zouden zetten, gesorteerd op hun intentie mensen in de kou te laten staan. Vooraan de psychopaten en zij die geld verdienen aan de verkoop van warme jassen en bontmutsen. Tegen het eind van de lange stoet komen de medewerkers van het Leger des Heils, de paus, medewerkers van hulpdiensten in besneeuwde gebieden. Sint-Bernard honden. En daarna, als aller-allerlaatste, Frans Weekers.

Daarna hergroepeert diezelfde rij zich op basis van de neiging mensen te beschuldigen.

Bij ‘dat is echt het allerergste wat me kan gebeuren,’ moet ik regelmatig mijn tong afbijten [Niet letterlijk]. De laatste keer dat ik het hoorde ging het om de verwachting van een gemene vraag bij een wiskundeproefwerk. Een rotvraag bij een proefwerk het ergste wat je kan gebeuren? Ten eerste zou het hele proefwerk vol kunnen zitten met rotvragen, dat is al een stuk erger. Vervolgens zijn er erg veel scenario’s met pijn, ziekte, aardbevingen, oorlog en haaien die erger zijn.

Roest, het ergste wat je auto kan overkomen. Nee hoor. Een stoomwals.

Of om een vriendin gerust te stellen voor een zenuwslopende date; ach, het ergste wat je kan overkomen is dat je een saaie avond hebt.

Nietes! NIETES!

Het ergste wat je kan overkomen is dat hij je meelokt naar zijn huis en je een half jaar in de kelder bewaart (levend), waar je omringd door ratten op je kop hangt. Of het ergste dat je kan gebeuren is dat in het hele café waar je hebt afgesproken de pest uitbreekt. Builenpest. Waardoor de boel wordt afgesloten; jullie worden opgeofferd voor de volksgezondheid. Of dat je date een gezochte terreurverdachte blijkt te zijn die net wordt opgepakt, waardoor ook jij wordt meegenomen naar een geheime gevangenis van de CIA waar je pas over tien jaar, oud en verbitterd, uit kunt ontsnappen.

Mag ik ook nog even wijzen op ‘dat is het vieste wat bestaat?’  Dan gaat het namelijk zeer zelden over verrotte maden met oogvocht, maar eerder over al te droge parmaham of allerhande koolsoorten.

Verkeerd gebruikte stellingen zijn echt het stomste van de wereld.

1 reactie

Opgeslagen onder Sanne

De dagelijkse Dood van Ivan Iljitsj

Ivan Ilyich

Als Sanne niet had gehoest, was hij niet uitgeschoten met zijn boor. Vanmorgen lag ik bij de kaakchirurg, blauw lapje over mijn gezicht, stroompje bloed achterin m’n keel, pijnloos maar niet per se heel aangenaam. Met m’n ogen dicht probeerde ik aan andere dingen te denken dan het ritmische hakken in mijn bovenkaak, maar ik werd onderbroken door de Medische Commentatorstem. Deze stem stippelt vreselijke medische paden voor me uit en laat me weten wanneer ik ze insla.  De dodelijke bacterie drong binnen bij de allerlaatste handelingen van de kaakchirurg.

Ik vrees de kleine zaken, die je even opmerkt en dan weer vergeet maar die je leven blijven beïnvloeden. De schuld daarvoor ligt volledig bij fictie. Films waarin het beeld wordt stopgezet zodat de commentator kan vertellen wat de implicaties zijn: Hier maakte John een cruciale fout, if he had known.. Iris liet een grote kans liggen.. Of je ziet dat als de hoofdpersoon een halte eerder was uitgestapt, ze de man van haar dromen wél had ontmoet.

Ik las ooit een kort verhaal van Tolstoj, de Dood van Ivan Ilyich en daar zat het ook in, zo’n gemene lotsbepaling die de verteller weet en de vertolker niet. Ivan stoot zich tijdens het ophangen van een gordijn. De verteller deelt mee dat dit het begin van het einde is, dat onschuldige duwtje in zijn zij. Er schiet iets los, het had met zijn nieren te maken, en dat leidt uiteindelijk tot een infectie en zijn eenzame sterfbed.

Ik heb regelmatig een commentator meewandelen die me probeert te waarschuwen voor dit soort scenario’s. Wij allemaal wel eens denk ik. Als Sanne die avond geen CSI was gaan kijken, maar aan haar boek had gewerkt, had haar toekomst er heel anders uitgezien.. De Medische Commentator is ook buiten de stoel van de kaakchirurg actief. Onder haar voeten, op de zeebodem, zwom een giftige kwal.. Literatuur is een mooi ding, maar dit bijeffect van Tolstoj had ik liever aan me voorbij laten gaan. (Die avond bespotte Sanne haar commentatoren, een actie die de koers van haar leven drastische beïnvloedde.)

Negen jaar geleden had ik buikpijn in de trein. Ik zat tegenover een Indiase toerist met heel veel bagage en wurmde me langs de koffers omdat ik moest overstappen op station Amersfoort. Daarna  lag ik op de grond in een klein poeltje bloed. Er zat een bezorgde conductrice naast me en een man met een baard en een flesje water die dat in gebroken Nederlands alsmaar aanbood. In mijn mond zaten stukjes tand en kies; mijn kin had de klap opgevangen. Er reed een ambulance het perron op, wat best gaaf is, ook al ben je half bewusteloos.

Er was niks aan de hand, gewoon hitte en stress en buikpijn samen, het was geen grote gebeurtenis in mijn leven maar mijn tanden waren wel kapot. Vier werden gelijk gemaakt door mijn tandarts, die ik sindsdien door half Nederland volg uit dankbaarheid en vertrouwen, twee in de loop van de jaren. Eén kies deed er langer over. Tijdens een vakantie stierf hij schijnbaar abrupt af en moest ik naar de Waalse noodhulp. De afgelopen maanden heb ik regelmatig afspraakjes met de kaakchirurg om nieuw bot en een implantaat aan m’n gehemelte toe te voegen. Laatst leek ik een week op iemand die krampachtig drie pingpongballen oraal een grens over probeerde te smokkelen. Vandaag zit ik ook weer met een dikke wang te tikken. Allemaal door die ene val.

Negen jaar geleden zat er iemand in de trein, tegenover een Indiase toerist, die flauw zou vallen en noch de Medische Commentator noch zijn vrienden deden enige voorspelling. Als ze dat neurofennetje eerder had genomen.. Het zou haar tien jaar kosten voordat haar gebit weer op orde was.. Als Sanchit beter had opgelet op de jonge vrouw tegenover hem die alsmaar witter wegtrok…

Dat heb je met interne commentatoren; ze laten kansen liggen.

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Sanne

Rotboek

vriendSoms vraagt iemand of je wel eens een rotboek hebt gelezen. Eentje dat zo tegenviel dat je je belazerd voelde toen je het uit had. Bij mij komt het antwoord dan altijd direct, met een enthousiaste, nog altijd actieve wrok. Ja! De Kleine Vriend van Donna Tartt. Een boek dat hónderden pagina’s lang beloofde interessant te worden en toen na een lange worsteling uit was zonder dat dat was gebeurd.

Het was een wond die redelijk geheeld leek; ik heb in de tien jaar sindsdien veel goede boeken gelezen die het leed verzachten. Maar nu staat in elke krant dat Tartt wééér een fantastisch boek heeft geschreven. En ik voel de irritatie opwellen. Wat nou wéér. Nieuwe kleren van de keizer! Ik heb nog nooit iemand gesproken die De Kleine Vriend een goed boek vond (al kan dat komen door mijn agressieve benadering van het onderwerp). Het Puttertje is vast heel mooi en de Verborgen Geschiedenis was vakwerk, maar de Kleine Vriend, grrrrr. Ik wil het niet horen.

De Kleine Vriend gaf me clichés waar ik verrast wilde worden. Sleepte op afstand door terwijl ik meegesleurd wilde worden. Het boek beloofde veel, op basis van het eerste boek van Tartt, op basis van de recensies en kabbelde op die beloftes door, uren van mijn leven meepikkend. Ik weet nog flarden van het verhaal. De zuidelijk Amerikaanse sfeer. De zinderende hitte. Dat de hoofdpersoon op zoek ging naar wat er gebeurd was met haar verdwenen broertje. Hoe ze de hele tijd oefende met onder water zwemmen om aan het eind van het boek, suprise!, inderdaad te ontsnappen aan een enge man door heel lang onder water te blijven.

En ik weet nog heel goed hoe ik er niet inkwam. Ik leefde niet mee, ik was niet benieuwd en ik bleef maar lezen omdat ik niet kón geloven dat dit het was, dat het zou blijven kabbelen. Er zou een draai komen, ik wist het zeker. Tartt zou me straks – nog één bladzijde- verbijsteren met een briljante twist waardoor ik dit saaie verhaal in een heel ander licht zou zien.

600nogwat bladzijden later bleek dat dus niet zo te zijn.

Ook weet ik nog dat ik me voor ’t eerst in m’n lezersbestaan pijnlijk bewust was van de vertaling. Die brak door de regels door. Ik weet nog dat een liedje met sometimes, sometimes in het refrein werd vertaald met somtijds. Somtijds? Wtf zou ik zeggen, maar dat was in 2002 nog geen term.

Ik was 22 toen ik het las, misschien te ongeduldig, te wijsneuzig, te kritisch. Je zou kunnen zeggen, herlees het. Dat kan, ik heb het hier nog staan. Maar ik zou gek zijn om een boek dat ik doorlas vanuit een misplaatste meegaandheid (ach, het zal zo horen, het komt nog wel, ik moet er in mee groeien, het is toch knap neergezet) opnieuw een kans te geven. Het zou me een deurmat maken.

Ik gaf boeken best vaak een kans, totdat de Kleine Vriend kwam. Nu ben ik voorzichtig. Zo’n lezer die na tien bladzijden een boek weglegt omdat het niet pakt. Wat zeg ik, ik gaf mensen best vaak een tweede kans totdat de Kleine Vriend kwam! Nu niet meer. Nu ga ik alleen nog voor de eerste indruk. Nooit zal ik nog een uur steken in iets of iemand wanneer er ook maar een procent kans is dat het tegenvalt zodra ‘ie uit is.

Cynisch heb je gemaakt, Kleine Vriend! Met je poppenhoofd.

1 reactie

Opgeslagen onder Sanne

Evy

Ik ren sinds kort een paar keer per week door de weilanden met Evy. Het gaat uitstekend, fluistert ze in mijn oor, stap nog even flink door en luister naar de heerlijke muziek. Het is een nieuwe poging iets aan mijn conditie te doen, ik ben erg gezond maar zo fit als een oude aap. 

Zodra je er op gaat letten, zie je overal Evy-aanhangers. Twee van mijn vriendinnen zijn al zover dat ze nu een half uur non stop kunnen rennen met de Vlaamse coach. Evy’s truc is dat ze je kleine, behapbare stappen laat zetten en je op precies de juiste momenten aanmoedigt. Rustig aan, het is een duurloop, geen wedstrijd. Bovendien is ze gratis. Je begint met twee minuten rustig hardlopen en twee minuten wandelen, en weer lopen, en weer wandelen. De volgende week zijn het drie minuten achter elkaar, ik ben nu bij vier. Zo raak je niet ontmoedigd, want deze opbouw kan je ongetrainde lijf aan. Bovendien recht je je rug als Evy in je zwetende oor zegt dat ze fier op je is.

En zou het niet perfect zijn om Evy’s voor alles in het leven te hebben. Een gratis coach die je op de juiste momenten aanmoedigt en bijstuurt en een pad voor je uitstippelt waardoor je overal kunt komen, met kleine stapjes vooruit. Qua eten en drinken en slapen en relaties en werk. En hoe gááf zou dat wel niet zijn voor een wannabe schrijver? Zo een als wij, met heel veel ideeën en ambities, maar eh, in principe geen daadwerkelijk afgemaakt boek, zeg maar. Wanneer je wegzappend achter je computer zit: Twee alinea’s nog en dan kun je tv gaan kijken, je kan het!  Thuis na een lange werkdag maant ze je liefdevol richting laptop. Hou vol, nog vijf maanden elke dag een half uur werken en je hebt een manuscript af!  Wanneer je niet tevreden bent over een karakter zou ze zeggen dat alle begin moeilijk is, maar dat je er vanzelf komt. Om je dan met een muziekje erbij te dwingen tot nog een a-viertje.

Bovendien zou het voor ongeveer elk aspect van het leven aangenaam zijn als iemand op de juiste momenten in het Vlaams in je oor fluistert dat het een duurloop is en geen wedstrijd. 

Een reactie plaatsen

Opgeslagen onder Sanne